woensdag 1 december 2010

Budgetbespreking 2011 Oost-Vlaanderen achter de rug.

Na een intense vergaderperiode van ruim drie weken heeft de Oost-Vlaamse provincieraad het budget voor 2011 uitvoerig besproken en uiteindelijk goedgekeurd. Er waren de toespraken van de gedeputeerden, de toespraken van de 6 fractieleiders, de 119 tussenkomsten en de antwoorden van de gedeputeerden die aanleiding gaven tot (soms) boeiende debatten. Pers en publiek waren er (meestal) niet: de Oost-Vlaming ligt niet wakker van budgetbesprekingen en huldigt het motto "we zien wel als het zover is". Wie kan het hem kwalijk nemen? Het toont aan dat de provincie moet blijven timmeren aan de weg naar een betere herkenbaarheid van het provinciale beleid. Het plaatje oogt positief: het budget 2011 sluit met een boni van 32.7 miljoen euro en het financieel meerjarenplan 2011-2014 toont aan dat het ook op de lange termijn budgettair goed zit in Oost-Vlaanderen.

Opvallend was de donkere schaduw van het Groenboek over de voorbije vergaderingen. Dat Groenboek is zo ingrijpend voor het provinciale beleid, dat iedereen met een provinciaal hart de vrees deelt dat de onverkorte uitvoering ervan neerkomt op een eersteklas begrafenis van het provinciale niveau. Het Vlaams Parlement stemde ondertussen een motie waarin gevraagd werd om het huiswerk te verfijnen en in dialoog te gaan met het werkveld. Het wegschrijven van de provincies uit de persoonsgebonden aangelegenheden gaat voorbij aan de jarenlang opgebouwde expertise van de provincies en aan de laboratoriumfunctie die de provincies met veel succes hebben vervuld door de jaren heen. Gedeputeerde Alexander Vercamer: “De provincies zijn vragende partij voor elke efficiëntieverhogende hervorming van het Vlaamse bestuurlijke landschap en willen daar ook voluit aan meewerken. Wel willen we als een evenwaardige partner beschouwd worden. Meer efficiëntie en subsidiariteit via echte decentralisatie : daar gaan ook de provincies voor”.

In vergelijking met de rekening 2008 zijn de uitgaven in 2009 en 2010 gemiddeld gestegen met 6,5%. De ontvangsten stegen slechts met 3%. Toch bleef de financiële toestand echter stabiel. De uitgaven werden systematisch overschat, de ontvangsten werden onderschat. Dat verschil tussen ontvangsten en uitgaven bedroeg ruim 10 miljoen euro. Op het eerste gezicht is dat geen enkel probleem. En inderdaad, men heeft beter een overschot dan een tekort. Maar het zou beter zijn dat de deputatie prognoses maakt die realistischer zijn en beter aansluiten bij de realiteit. Want nu blijkt dat de indexering van de provinciebelasting eigenlijk niet nodig was.

Guido Van Peeterssen.

Geen opmerkingen: