Posts tonen met het label Geert Bourgeois. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Geert Bourgeois. Alle posts tonen

vrijdag 9 december 2011

Alle gemeenten met meer dan 25.000 inwoners stemmen digitaal

In Vlaanderen stemmen op vandaag 143 van de 308 gemeenten, of 49 % van de kiezers, digitaal. De gebruikte stemapparatuur, geleverd in 1993 en 1998, is totaal verouderd en niet meer te onderhouden (door bv. het ontbreken van wisselstukken). De gegevensoverdracht gebeurt nog steeds op diskettes en ZIP-schijven. Daarom besliste de Vlaamse Regering in 2003 principieel om een nieuw stemsysteem aan te schaffen. Dit leidde, samen met de federale en Brusselse overheid, tot de ontwikkeling van een nieuw prototype van stemsysteem, dat op 27 oktober jl. door meer dan 6000 mensen getest werd. De belangrijkste nieuwigheid van het elektronisch stemsysteem is dat de stem van de kiezer op een papierstrook zal worden afgedrukt en niet meer op een magneetkaart wordt geregistreerd. Zo krijgt de kiezer de mogelijkheid na te gaan of de stem die zij of hij met de computer heeft uitgebracht correct geregistreerd is. Het stemsysteem is daardoor niet alleen moderner, maar ook democratischer en transparanter dan het vorige.

Minister Geert Bourgeois: “Op basis van een gunstige evaluatie van het stemexperiment en de certificering van het prototype hebben we vandaag de beslissing genomen voor de gunning van de volgende fase van de overheidsopdracht, nl. de raamovereenkomst met het oog op de materiele en logistieke levering van het ontwikkelde stemsysteem. De regering besliste dat, naast alle gemeenten die in 2006 al digitaal stemden, ook alle gemeenten met meer dan 25.000 inwoners vanaf oktober 2012 digitaal zullen stemmen. Hierdoor is voor zowat drie vierde (72,8 %) van het Vlaamse kiezerskorps potlood en papier voltooid verleden tijd. In concreto gaat het over 173 gemeenten. Die beslissing is geïnspireerd vanuit de budgettaire beperkingen en de overweging dat hoe groter de gemeenten zijn, hoe groter de efficiëntiewinst is.” Voor de invoering van het nieuwe systeem, neemt de Vlaamse overheid 80 % van de kosten op zich. De federale overheid neemt 20% voor haar rekening. Minister Bourgeois zal vandaag nog federaal minister van Binnenlandse Zaken Joëlle Milquet op de hoogte brengen van de beslissing van de Vlaamse Regering en haar uitnodigen om ook spoedig een beslissing te nemen, teneinde geen vertraging in het productieproces op te lopen.

donderdag 8 december 2011

Minister Bourgeois legt eerste steen Vlaams Administratief Centrum Gent

Vlaams minister van Bestuurszaken Geert Bourgeois heeft vandaag de eerste steen gelegd van het Lovelinggebouw, het nieuwe Vlaams Administratief Centrum Gent, gelegen vlak naast het Sint-Pietersstation, Koningin Fabiolalaan te Gent. Het Vlaams Administratief Centrum (VAC) in Gent is het laatste van de vijf provinciaal gecentraliseerde gebouwen waarin de Vlaamse ambtenaren worden samengebracht. Na Hasselt, Antwerpen, Leuven en Brugge, komt in Gent een landmark vlak naast het station van Gent Sint-Pieters van 32.517 m² kantooroppervlakte, meteen het grootste en meest duurzame van de vijf VAC. Minister Geert Bourgeois : “Eind 1999 besliste de Vlaamse Regering dat elke provinciehoofdstad zijn eigen VAC moet krijgen. Een centralisering van de Vlaamse administratieve diensten in de provincie zal het voor de burger makkelijker maken. Met een Vlaams administratief centrum in Gent, het laatste en tevens grootste van de vijf, wordt de ambitie van de Vlaamse regering volledig ingevuld in 2014.”

In het Lovelinggebouw zal de Vlaamse overheid 27 buitendiensten samenbrengen die nu over Gent en omgeving verspreid zitten. 11 van de 13 beleidsdomeinen van de Vlaamse overheid zijn vertegenwoordigd. Volgens de principes van Anders Werken zullen hier 1.364 ambtenaren op 36.600 m² bruto bovengrondse oppervlakte hun beste beentje voor de burger voorzetten. Daarvoor hebben ze 1068 werkplekken, 341 parkeerplaatsen en 273 fietsenstallingen ter beschikking. En uiteraard is voor zowel de ambtenaren als voor de burger de locatie makkelijk bereikbaar met het openbaar vervoer. Het VAC in Gent is een toonbeeld van een duurzaam kantoorgebouw. Het gebouw zal ongeveer de helft minder energie verbruiken dan een standaard nieuwbouwkantoor. “De Vlaamse overheid heeft een voorbeeldfunctie op het vlak van duurzaamheid en efficiënt energiebeheer,” aldus minister Bourgeois. “Met dit VAC maken we die voorbeeldfunctie ook waar in de praktijk. Het is een topvoorbeeld van een energiezuinig kantoorgebouw, zeker op die schaal.”

Het gebouw, een intelligent ontwerp van architecten Poponcini en Lootens, behaalt een maximumscore van vier sterren op het vlak van duurzaamheid volgens de eigen meetmethodiek van de Vlaamse overheid. Met een E-peil van 50 scoort het VAC een flink stuk beter dan een standaard kantoorgebouw. Het gebouw beschikt over heel wat technieken die het energieverbruik en de CO2-uitstoot reduceren: o.m. verregaande isolatie en andere energiebesparende maatregelen, gebruik van hernieuwbare energie, warmtekrachtkoppeling, warmtepompen en buitenzonnewering,...

Het VAC Gent is genoemd naar de schrijfster Virginie Loveling (geboren te Nevele in 1836), een vooruitstrevende vrouw en trendsetter van het literair realisme, die een groot deel van haar leven woonde en werkte in Gent. Het is een traditie geworden om de administratieve zetels in de provinciehoofdsteden de naam te geven van een verdienstelijke artistieke inwoner uit de betrokken provincie. Zo kreeg het VAC Hasselt de naam van Hendrik Van Veldeke, het VAC in Antwerpen het Anna Bijnsgebouw, het VAC Leuven Dirk Boutsgebouw en het VAC Brugge het Jacob Van Maerlantgebouw. Het nieuwbouwproject is het resultaat van de publiek – private samenwerking tussen enerzijds Participatie Maatschappij Vlaanderen nv en het Vlaams Agentschap Facilitair voor Management en anderzijds Sofa Invest nv, dochter van de NMBS groep en de tijdelijke handelsvereniging VAC Gent (Interbuid nv en Willemen general Contractor nv).

maandag 5 september 2011

Restauratie De Bijloke wint Vlaamse Monumentenprijs 2011

STAM 01De laureaat van de provincie Oost-Vlaanderen, het totaalproject van de restauratie en herbestemming van de abdijsite ‘Bijloke’ in Gent, is de winnaar van de Vlaamse Monumentenprijs 2011 en ontvangt een geldprijs van 15.000 euro. Dat maakte Vlaams minister van Onroerend Erfgoed Geert Bourgeois zonet bekend tijdens een plechtigheid in Hotel Errera te Brussel. De minister kent de Monumentenprijs elk jaar toe aan een privé- of overheidsinitiatief met bijzonder belang of belangrijke verdiensten op het vlak van monumentenzorg, landschapszorg of archeologie. “Met de Vlaamse Monumentenprijs wil ik de zorg voor onroerend erfgoed in de kijker zetten“, zegt Vlaams minister Bourgeois. “We moeten het talrijk waardevol Vlaams erfgoed goed behandelen en bewaren, maar meteen ook zo goed mogelijk ontsluiten en een publieke functie geven.”

Het bekroonde project is de restauratie en herbestemming van het voormalige abdijcomplex tot een nieuw stadsmuseum: het STAM. Voor de realisatie van het project zijn twee delen van de voormalige abdij die in het begin van de 19de eeuw van elkaar gescheiden werden, namelijk het Bijlokemuseum en het Bijlokeklooster met bijhorende tuinen, opnieuw samengevoegd tot één geheel. Om de onthaalfaciliteiten onder te brengen, was ook een nieuw inkomgebouw nodig, dat in verbinding staat met de twee delen van het complex. Zoals bij zoveel herbestemmingen stonden de opdrachtgever, de stad Gent, en de architecten hier ook voor een potentieel conflict tussen het behoud van de erfgoedwaarden van de oude abdijsite en de verwachtingen en eisen die gesteld worden aan een hedendaags onthaalgebouw. Dankzij creativiteit en innovatiekracht is voor dat conflict een passende oplossing gevonden.

Minister Bourgeois: “De omvorming van het abdijcomplex tot het stadsmuseum is een prachtig voorbeeld van hoe je op een geïntegreerde manier en op basis van een interdisciplinaire aanpak een volledige site kan restaureren, herwaarderen en herbestemmen. Dit prachtige monument is bovendien ook toegankelijk voor het publiek, zodat iedereen kan meegenieten van de investering van de restauratie.
Voor de Vlaamse Monumentenprijs 2011 waren er 61 geldige kandidaten. De Vlaamse Regering koos, op advies van de Koninklijke Commissie voor Monumenten en Landschappen, voor elke provincie één laureaat. De vijf laureaten krijgen elk 2.500 euro. Het STAM krijgt daar als winnaar nog eens 12.500 euro bovenop. Begin dit jaar kreeg het STAM de prijs voor cultuurmanagement, goed voor een oorkonde en 4.000 euro.

De vier overige laureaten zijn:
-          herstel en de ontsluiting van het molendomein ‘De Scherpenbergmolen’ in Malle,
-          reconstructie en ontsluiting van de archeologische site ‘De Rieten’ in Meeuwen-Gruitrode,
-          de restauratie, ontsluiting en herbestemming van het voormalig abdijcomplex ‘De Bijloke’ in Gent,
-          restauratie van het Van Reethgebouw en de Boodschapkapel van het Instituut van het Heilig Hart in Heverlee
-          restauratie en ontsluiting van het vissersvaartuig ‘De Martha’, dat opgesteld staat in het Nationaal Visserijmuseum in Koksijde.

Alle laureaten en de winnaar zetten de deuren open tijdens deze editie van Open Monumentendag Vlaanderen, nu zondag 11 september.  Meer info vindt u op de website www.openmonumenten.be

zaterdag 9 april 2011

Witboek Interne Staatshervorming goedgekeurd

De Vlaamse Regering heeft het witboek interne staatshervorming goedgekeurd. In de zomer van vorig jaar lanceerde de minister zijn groenboek: een toekomstvisie voor de Vlaamse bestuurlijke organisatie, waarin de knelpunten van de huidige situatie waren opgelijst. Na maandenlang advies en overleg met de betrokken bestuursniveaus, sectoren en middenveldorganisaties zijn nu de definitieve uitvoeringslijnen goedgekeurd. De interne staatshervorming moet ervoor zorgen dat de overheid efficiënter gaat werken, over de grenzen van de bestuursniveaus heen. De wildgroei van talloze tussenstructuren zorgt voor inefficiëntie, verkokering en gebrek aan transparantie. Elk bestuursniveau is met alles bezig, zodat burgers en bedrijven niet meer weten tot wie ze zich moeten richten voor een dienst of een probleem. De gemeenten ondervinden een gebrek aan bestuurskracht, omdat het verwachtingspatroon ten aanzien van die gemeenten fors is toegenomen. Vanuit de Vlaamse overheid is er bovendien te veel detailsturing, controle en toezicht.

Om de bestuurskracht van de gemeenten te versterken zijn tal van concrete maatregelen opgenomen in het witboek. “De strategische beslissingen moeten opnieuw bij de gemeenteraad liggen. Zo moet de gemeenteraad de spil blijven van het gemeentelijke beleid. Daarom voegen we hier instrumenten toe of zullen bestaande instrumenten versterkt worden: de benoeming van de voorzitter van de gemeenteraad buiten het college wordt aangemoedigd. Dit moet zorgen voor een extra dynamiek in de raad. Verder moet de gemeenteraad de bewaker kunnen zijn van de beslissingen die genomen worden in de intergemeentelijke samenwerkingsverbanden en de autonome gemeentebedrijven” aldus minister Bourgeois. “Wij kiezen daarnaast voor de invoering van het herstel van de bestuurbaarheid indien nodig. Het is toch niet normaal dat in een gemeente waar bijvoorbeeld de coalitie wijzigt, de gemeente onbestuurbaar wordt of de begroting niet meer goedgekeurd raakt, zelfs na bemiddeling van de gouverneur. In zo’n gevallen bieden we de kans aan de gemeenteraad om een nieuwe college voor te stellen.”

Ook het politiek apparaat moet efficiënter worden. Vanaf 2013 zal de voorzitter van het OCMW verplicht deel uitmaken van het college van burgemeester en schepenen. Het aantal schepenen zal vanaf 2019 met één verminderen, wat een daling van de apparaatkost en een meer efficiënte politieke besluitvorming met zich meebrengt. De invoering van een beperkte en geconditioneerde uittredingsvergoeding voor uitvoerende mandatarissen moet het schepenambt aantrekkelijker maken voor capabele mensen. Om de bestuurskracht verder te versterken stimuleert men de verdere integratie van gemeente en OCMW. In veel gemeenten werken de gemeente en het OCMW al samen, bijvoorbeeld voor de personeelsdienst, ICT en/of technische dienst. Bedoeling is de laatste decretale drempels weg te werken om die integratie nog verder mogelijk te maken.

In het witboek is ook de herijking van het gemeentefonds opgenomen: enerzijds zullen een aantal ‘technische anomalieën’ weggewerkt worden, omdat sommige gemeenten met te grote schommelingen geconfronteerd worden in het bedrag dat ze jaarlijks ontvangen, anderzijds worden de verdelingscriteria bekeken om te komen tot een eenvoudigere set. Er wordt wel gegarandeerd dat de gemeenten niet minder zullen ontvangen dan voor de aanpassing (waarborgregeling) en er zal in een redelijke basisfinanciering als algemene ondersteuning voor de lokale beleidsvoering voorzien worden.

Steden en gemeenten krijgen een prominente rol in de bestuurlijke organisatie. “Een van de grootste problemen van onze steden en gemeenten is dat zij meer tijd moeten stoppen in allerhande plannen en rapporten voor de Vlaamse overheid, dan in het voeren van een beleid op maat voor de eigen inwoners,” legt minister Bourgeois uit. “Het opstellen en controleren van al die plannen en rapporten kost een smak geld, zowel aan de lokale besturen als aan de Vlaamse overheid.” Daarom worden alle sectorale plannen en rapporten (zoals bijvoorbeeld cultuurbeleidsplan, jeugdbeleidsplan, sportbeleidsplan enz.) afgeschaft, en geïntegreerd in het strategische meerjarenplan dat elke gemeente sowieso opstelt. Het kaderdecreet voor deze planlastvermindering is vandaag goedgekeurd. Vanaf 2013 opteren we voor slechts 1 omvattende meerjarenplanning en 1 omvattende rapportering, in plaats van de huidige 14! De gemeenten krijgen in heel wat beleidsdomeinen ook meer bewegingsvrijheid en autonomie om lokaal maatwerk te realiseren op die beleidsdomeinen die het dichtst bij de mensen staan (zoals kinderopvang, Ruimtelijke Ordening, Werkgelegenheid en Onroerend erfgoed). De Vlaamse overheid zal in deze domeinen het kader vastleggen en ondersteunend optreden, maar minder vanuit Brussel de details vastleggen.

Complexe processen en procedures, onvoldoende afstemming tussen Vlaamse administraties, … leggen een hypotheek op de slagkracht van een lokaal bestuur. Ook daarvoor zijn enkele maatregelen opgenomen in het witboek: in Vlaanderen gaan besluitvormingsprocessen te traag. Dit willen we oplossen door geen bindende adviezen meer toe te laten en de mogelijkheid verhinderen dat één ambtenaar op eigen houtje door middel van beroepsprocedures bepaalde processen kan stilleggen. Verder wordt de mogelijkheid uitgebreid om voorafgaand aan de formele vergunningsprocedure een projectvergadering te vragen. Op deze projectvergadering is het de bedoeling tegenstrijdige standpunten weg te werken, uitsluitsel te krijgen over vereiste aanpassingen/aanvullingen en de timing te bepreken. Er moet een betere coördinatie komen tussen de Vlaamse diensten. De gouverneur krijgt voortaan de opdracht de buitendiensten op elkaar af te stemmen. Tegelijk zal de functie van arrondissementscommissaris uitdoven. In heel wat beleidsdomeinen geven zowel de Vlaamse overheid, de provincies als de gemeenten subsidies. Subsidiëring wil men voortaan clusteren op maximaal twee niveaus. Dat moet zorgen voor een kleinere planlast voor zowel burger als overheid.

Door middel van een regioscreening zal er een doorlichting gebeuren van alle overheidsstructuren die in de loop der jaren zijn ontstaan naast de Vlaamse overheid, de provincies en de gemeenten. Minister Bourgeois ziet hier een belangrijke rol weggelegd voor de gouverneurs, die in hun provincie samen met de gemeentebesturen en de intermediaire actoren per regio een actieplan opstellen om tot een drastische vereenvoudiging te komen. De klemtoon in de Vlaamse bestuurlijke organisatie komt te liggen bij de gemeenten aan de ene kant en de Vlaamse overheid aan de andere kant. Waar de gemeenten een maximale autonomie moeten kunnen genieten, is de Vlaamse overheid ondersteunend en kaderstellend. De provincies zijn het intermediaire bestuursniveau tussen de gemeenten en de Vlaamse overheid. De taken van de provincies worden nu goed afgebakend en afgestemd op de bevoegdheden en taken van de Vlaamse overheid en de gemeenten.

“Voor de grondgebonden bevoegdheden kunnen de provincies hun bevoegdheden blijven uitoefenen. Voor de niet-grondgebonden bevoegdheden zal een decretale basis nodig,” aldus minister Bourgeois. Per lokale bestuursperiode zal een bestuursakkoord gesloten worden tussen de Vlaamse Regering en de provincies. In dit bestuursakkoord worden afspraken gemaakt over taken, doelstellingen, activiteiten en financiering. Bovendien moet ook het politiek apparaat van de provincies efficiënter: in elke provincie zal het aantal provincieraadsleden verminderen en moet het bestuur het vanaf 2019 met één gedeputeerde minder doen.

Lees meer over de kritiek van de provincies over de interne staatshervorming.
U vindt de volledige uitleg over het witboek interne staatshervorming op http://binnenland.vlaanderen.be/interne-staatshervorming.

dinsdag 11 januari 2011

Gentse Boekentoren tegen 2017 gerestaureerd

Vlaams minister van Onroerend Erfgoed Geert Bourgeois en Paul Van Cauwenberghe, rector van de Universiteit Gent, ondertekenden vandaag de meerjarige subsidieovereenkomst voor de restauratie van de Boekentoren in Gent, gelegen aan de Rozier. De Gentse Universiteitsbibliotheek en het voormalig Hoger Instituut voor Kunstgeschiedenis en Oudheidkunde, beter bekend als de Boekentoren, staat sinds 1992 op de lijst van de beschermde monumenten. De Boekentoren, een betonnen constructie van 64 meter hoog, is een van de iconen van de architectuur uit het Interbellum en is een meesterwerk van een van onze belangrijkste ontwerpers uit de 20ste eeuw, Henry Van de Velde. Minister Bourgeois: “De Gentse Universiteitsbibliotheek omvat een van de belangrijkste erfgoedcollecties van Vlaanderen. Het optimale behoud van deze stukken vereist dat het gebouw dringend wordt aangepast aan de hedendaagse eisen met betrekking tot de bewaring en opslag van archiefstukken”. Na jaren voorbereiding en studiewerk lagen alle elementen op tafel om een meerjarige subsidieovereenkomst te sluiten tussen de Universiteit Gent en de Vlaamse overheid. Zo een meerjarige protocolovereenkomst, gericht op restauratiedossiers van grootschalige aard of met een langdurige uitvoeringstermijn, biedt de mogelijkheid de financiële middelen beter te spreiden en geeft de projectindieners een grotere rechtszekerheid inzake financiering.

De ondertekening van de protocolovereenkomst behelst de eerste drie fasen van het restauratiedossier (van de in totaal vijf fasen). In totaal gaat het om een subsidie van 7.569.818 euro. De eerste fase (2011-2012) bevat onder meer de bouw van een ondergronds depot (88.137 euro); de tweede fase (2012-2014) zal zich toespitsen op de restauratie van alle gevels en daken (5.172.312 euro); de derde fase zal voornamelijk het interieur van de toren en de leeszalen aanpakken (2.309.370 euro). Met deze subsidieovereenkomst zal de Boekentoren in zijn oude glorie hersteld worden en zal hij aangepast worden aan de huidige normen voor bibliotheken. Bovendien voorziet het restauratieproject in een verbetering van de ontsluiting en de publieke toegankelijkheid. Zo komt er een afzonderlijke toegang tot het belvedère in de toren, zodat ook openstelling buiten de gebruikelijke openingsuren van de bibliotheek mogelijk wordt. Er komt een leescafé en het hele gebouw wordt beter toegankelijk gemaakt voor personen met een handicap.

De waterschade van 2007 en de daaropvolgende ravage bewees hoe kwetsbaar en onvervangbaar een boekencollectie wel is. Het digitaliseringsproject van Google Books toonde ondubbelzinnig aan dat UGent een verrassend rijke historische collectie bezit. Recent werd dat nog eens onderstreept door het onderzoek dat aan de basis lag van de tentoonstelling: Piranesi, de prentencollectie van de Universiteit Gent. De in totaal 48 km boeken, tijdschriften en bijzondere collecties in de toren moeten tijdens de restauratie een andere plek vinden. Er werden diverse pistes bekeken maar de meest gedurfde bleek ook de meest haalbare te zijn: een ondergronds depot onder de binnentuin, dat ook na de verbouwing een permanent depot vormt en waarin erfgoed optimaal kan bewaard worden. Drie ondergrondse verdiepingen, waarvan de onderste met een zwevende vloer en dubbelhoge rekken, zullen in een aangepaste klimaatzone plaats bieden aan 40 km boekenplanken. Het ondergrondse depot wordt in de eerste fase van de restauratie gebouwd. In de zomer van 2013 zou het instapklaar en getest moeten zijn. Al het kostbare erfgoed krijgt hier een plaats en in de Boekentoren zelf komen de werken die ontleend kunnen worden en die niet zo'n streng gecontroleerde klimaatzones vereisen. Het unieke erfgoed krijgt daarbij heel speciaal aandacht en een extra behandeling en verpakking. Link: www.boekentoren.be

Guido Van Peeterssen.

zaterdag 23 oktober 2010

Rekenhof kritisch voor Subsidiestromen Toerisme


GPS Wandeling1Het Rekenhof heeft de vier budgettair belangrijkste subsidiestromen in het beleidsveld toerisme onderzocht: subsidies voor evenementen (1.398.000 EUR), voor het kunststedenactieplan (KSAP)(823.000 EUR), voor het kustactieplan (KAP)(2.178.000 EUR) en voor toeristisch-recreatieve projecten (TRP)( 7.781.000 EUR). De vier subsidiestromen hebben samen op jaarbasis een budget van 12,2 miljoen euro. Twee subsidiestromen (evenementen en KSAP) werken zonder formele regelgeving, De omvang van de tegemoetkoming is voor iedere subsidiestroom verschillend en de subsidievoorwaarden zijn niet strikt afgebakend. De subsidieaanvragen voor evenementen en voor het KSAP werden maar beperkt of informeel geëvalueerd. De administratie toetste niet systematisch aan alle subsidievoorwaarden en paste die evenmin consistent toe. Ze formuleerde voor 25% van de evenementen een negatief advies, maar de minister besliste die evenementen toch te subsidiëren, zonder die beslissing te motiveren. Voor het KAP bleken de adviezen van de jury eerder summier en bovendien kwamen de voorgeschreven selectiecriteria in de motivering niet systematisch aan bod. Subsidieaanvragen bevatten geregeld ondermaatse begrotingen: te weinig gedetailleerd en inhoudelijk niet duidelijk of zorgvuldig opgesteld.

De kenbaarheid die aan de subsidies voor evenementen wordt gegeven is beperkt. De voornaamste informatiebronnen zijn de website en publicaties van het DIV. Er worden wel gegevens uitgewisseld met Toerisme Vlaanderen over aankomende evenementen, maar potentiële subsidieaanvragers worden op geen enkele manier gericht geïnformeerd over het subsidiekanaal. De subsidievoorwaarden zijn onvoldoende concreet en onvoldoende duidelijk geformuleerd. Maar ook een aantal ingediende dossiers blijken bij controle niet in orde te zijn. In één dossier bleek de rubriek andere uitgaven 300.000 euro personeelskosten te omvatten bovenop de effectieve begrote personeelsuitgaven van 250.000 euro. Voor grote evenementen werden projectbegrotingen aanvaard, waarvan de begrotingsposten communicatie internationaal of communicatie lokaal, regionaal, nationaal zonder verdere uitsplitsingen worden begroot op 500.000 euro. Bij een andere subsidieaanvraag werd de begrotingspost vast personeelsbestand voor 675.000 euro geweigerd. Dat verlies werd grotendeels gecompenseerd door stijgingen op andere begrotingsposten ten belope van 525.000 euro. Dergelijke flexibele aanpassingen roepen vragen op over de kwaliteit of het realiteitsgehalte. Bijna alle onderzochte subsidietoekenningen werden betaald in 2 schijven: de eerste schijf of het voorschot na ondertekening van het subsidiebesluit en de tweede schijf na indiening van de verantwoordingsstukken. Het voorschot bedroeg altijd (veel) meer dan de helft van de subsidie. De subsidieontvanger beschikt over gelden die hij pas maanden later moet uitgeven. Voor een tentoonstelling die zal lopen vanaf 29 oktober 2010 werd in februari 2009 een voorschot van 250.000 euro (71% van de totale subsidie) betaald, tegen de uitdrukkelijke voorwaarde van de Inspectie van Financiën in.

De afrekeningen werden door de administratie meermaals onvoldoende gecontroleerd. Het Rekenhof noteerde heel wat tekortkomingen in de afrekeningen. Bepaalde inkomsten werden niet vermeld, waarbij ofwel het saldo onterecht werd uitbetaald ofwel een te laag bedrag werd teruggevorderd. Vaak is niet duidelijk of ingebrachte facturen wel op het evenement betrekking hebben; afrekeningen bevatten meerdere forfaitaire uitgavenposten zonder toelichting. In de afrekening werden alle kosten inclusief btw vermeld, terwijl BTW recuperatie mogelijk is. Uitgaven bevatten afschrijvingskosten, terwijl de aankoop van investeringsgoederen uitsloten is. Afrekeningen bevatten mathematische fouten (verkeerde btw-bedragen, verkeerde optelsommen en zo meer).

Bovendien varieert de overheidstegemoetkoming van 50% (evenementen), 60% (toeristisch-recreatieve projecten) tot 70% (kustactieplan) of zelfs onbepaald (kunststeden), zonder dat die verschillen verantwoord worden. Projectindieners die geen subsidie krijgen in het kader van het kunststeden- of kustactieplan (hoogste subsidiepercentage) kunnen een nieuwe poging ondernemen als toeristisch-recreatief project. De administratie heeft de aanvragen van de grootste subsidiestromen (kustactieplan en toeristisch-recreatieve projecten) uitgebreid geëvalueerd, maar de evaluaties zijn louter tekstueel, niet altijd consistent en werden niet gekwantificeerd. Van de evenementen en het kunststeden actieplan werden veelal beperkte of informele evaluaties gemaakt. De mindere kwaliteit van de evaluaties hangt ook samen met de te ruim geformuleerde toekenningscriteria. Tegen het advies van de administratie in keurde minister Geert Bourgeois (N-VA) zonder motivering een tiental evenementensubsidies goed.

De Vlaamse minister van Toerisme heeft gereageerd op het ontwerpverslag van de audit. De minister deelde mee dat hij er grotendeels mee akkoord gaat dat in een regelgevend kader voor de vier subsidiestromen van toerisme moet worden voorzien. Hij verwijst verder naar zijn beleidsnota Toerisme 2009-2014, waarin de uitwerking van impulsprogramma’s wordt aangekondigd. Met die impulsprogramma’s wil de minister alle subsidiestromen van toerisme gezamenlijk inzetten om aan een bepaald toeristisch product gerichte toeristische impulsen te geven. De minister beloofde een decretale verankering uit te werken en na te gaan aan welke administratie hij de subsidielijnen zal toevertrouwen. Dat zal ook worden bekeken bij de herstructurering van het agentschap Toerisme Vlaanderen. De minister reageerde niet op de beperkte operationalisering van de langetermijn doelstellingen. Hij ging ook niet in op de uitvoering door de administratie (evaluatie subsidieaanvragen, subsidietoekenning- en betaling, controle van de subsidieverantwoording) of het gebrek aan een globale evaluatie voor drie van de vier subsidiestromen. Lees verder: http://static.tijd.be/upload/subsidiestoerisme_2771431-520280.pdf