Posts tonen met het label Rekenhof. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Rekenhof. Alle posts tonen

zaterdag 12 november 2011

Rekenhof publiceert Vlaams rekeningenboek over 2010

Na het crisisjaar 2009 herstelden de Vlaamse openbare financiën zich enigszins in 2010. Volgens de uitvoeringsrekening boekte de Vlaamse overheid een kastekort van bijna vijfhonderd miljoen euro, wat nieuwe leningen vergde voor dit bedrag tegen een intrestvoet die licht boven het marktreferentietarief lag. De totale Vlaamse schuld steeg tot 6,6 miljard euro tegen het einde van 2010. De financiële schulden bij de Vlaamse openbare instellingen in de consolidatiekring van de Vlaamse overheid daalden lichtjes met 24 miljoen euro. De gewaarborgde schuld nam in 2010 toe van 8,9 miljard euro tot bijna 10,2 miljard euro. De uitwinning van de overheidswaarborg op gewaarborgde schulden verdrievoudigde van 10 miljoen euro in 2009 tot bijna 30 miljoen euro in 2010. In 2011 kwam een einde aan de jarenlange vertraagde voorlegging van de rekeningen van de Vlaamse openbare rechtspersonen, die ongeveer een derde van de totale budgettaire massa van de Vlaamse overheid uitmaken.

In het kader van zijn onderzoek van de diverse rekeningen 2010 kwam het Rekenhof tot een aantal belangrijke conclusies: de Vlaamse Belastingdienst haalde in 2009 en 2010 nog niet de gestelde effectiviteitsnormen voor de inning van de Vlaamse onroerende voorheffing; de stelselmatige stijging van het aantal lopende geschillen kan op termijn de buffercapaciteiten van het Vlaams Fonds voor de Lastendelging verminderen; een gebrekkige verantwoording van de gemaakte kosten kenmerkt de subsidiëring van het lokaal sportbeleid door het BLOSO; bij gebrek aan de vereiste vergunningen heeft Vlaanderen tot op heden nauwelijks gebruik kunnen maken van de baggerstorten in Kruibeke en Zwijndrecht en de eerste Vlaamse effectiseringsoperatie, de omzetting van hypothecaire leningen van erkende kredietmaatschappijen in obligaties, mislukte bij gebrek aan voldoende leningvolumes. De financiering van Vlaams universitair onderzoek en ontwikkeling is ten slotte complex, ondoorzichtig en weinig gebruiksvriendelijk.

Resultaten
De Vlaamse overheid sloot het begrotingsjaar af met een kastekort van 491,490 miljoen euro, tegenover een tekort van 5.820,9 miljoen euro in 2009 door de KBC-reddingsoperatie. Het netto kastekort is gefinancierd met nieuwe leningen. Daardoor steeg de Vlaamse schuld met bijna 502 miljoen euro tot 6.611,4 miljoen euro eind 2010. De intrestvoet lag voor de twee in 2010 aangegane leningen respectievelijk 7 en 15 basispunten boven het marktreferentietarief. De schuld waarvoor de Vlaamse overheid waarborgen verleende, nam in 2010 toe tot bijna 10,2 miljard euro (+10%). De uitwinning van deze waarborgen verdrievoudigden in 2010 en kostte Vlaanderen in 2010 bijna dertig miljoen euro.

Rekeningen Vlaamse openbare rechtspersonen
De minister van Financiën en Begroting heeft nagenoeg alle jaarrekeningen over 2010 van Vlaamse openbare rechtspersonen tijdig aan het Rekenhof voorgelegd. Daarmee is een einde gekomen aan de jarenlange vertraagde voorlegging. De controle van het Rekenhof op deze rekeningen leverde een aantal belangrijke opmerkingen op. Zo heeft het Financieringsfonds voor de Schuldafbouw en Eenmalige Investeringsuitgaven aanzienlijke verwijlintresten opgelopen, ontbreekt een duidelijke beleggingsstrategie bij het Vlaams Toekomstfonds, heeft het Agentschap voor Infrastructuur in het Onderwijs nagelaten 37 miljoen euro subsidies budgettair aan te rekenen wegens kredietuitputting en bieden de rekeningen van het Eigen Vermogen Flanders Hydraulics te weinig financiële transparantie.

Algemene rekening
De Vlaamse minister van Financiën en Begroting heeft ook de algemene rekening van de Vlaamse Gemeenschap over 2010 tijdig voorgelegd. Na deze voorlegging vonden echter nog correctieboekingen plaats en het Rekenhof heeft vastgesteld dat de rekeninggegevens soms afwijken van de cijfers in het boekhoudsysteem van de Vlaamse overheid. In afwachting van een reactie van de minister, kan het Rekenhof zijn controle voorlopig niet afsluiten.

Vlaamse Belastingdienst
In zijn rekeningenboek rapporteert het Rekenhof ook over enkele recente onderzoeken. Zo onderzocht het de inkohiering en inning van de onroerende voorheffing door de Vlaamse Belastingdienst (VLABEL). Het concludeerde dat VLABEL over een degelijke organisatiebeheersing beschikt, maar dat het hem soms ontbreekt aan beheers- en beleidsinfo en dat manuele opvragingen en bewerkingen tijdverlies en een risico op vergissingen meebrengen. De dienst haalde voor de aanslagjaren 2009 en 2010 bovendien niet de effectiviteitsnormen uit zijn beheersovereenkomst, vooral door de moeizame start van het Vlaams Fiscaal Platform in 2009. Voorts sleept de behandeling van bezwaren soms aan, ook voor grote bedragen. VLABEL heeft als reactie op de opmerkingen van het Rekenhof de intentie verwoord zijn organisatiebeheersing nog verder te zullen verbeteren.

Bankencrisis
Het Rekenhof rapporteerde in zijn vorige rekeningenboek over de verschillende steunmaatregelen waarmee de Vlaamse Regering aan de dringende liquiditeitsbehoeften van een aantal Belgische banken ingevolge de financiële crisis wilde tegemoetkomen. In het huidige rekeningenboek geeft het een overzicht van de evolutie sinds 2010.

Fonds voor de Lastendelging
Het Vlaams Fonds voor de Lastendelging kan door een gebrekkige informatieverstrekking vanuit de beleidsdomeinen de geschillen waarin het zal moeten tegemoetkomen niet goed begroten. Bovendien verwerkt het de aangeleverde informatie niet altijd transparant in zijn begrotingen. De huidige intering op de reserves gaat bovendien in tegen de stelselmatige stijging van het aantal lopende geschillen. Dat kan op termijn leiden tot een uitholling van de buffercapaciteiten van het fonds.

Investeringsmaatschappijen
De Vlaamse investeringsmaatschappijen waren volgens het Rekenhof in de periode 2000-2010 allemaal winstgevend en hadden gezamenlijk een positieve financiële impact op het Vlaams Gewest.

BLOSO-subsidiëring voor lokaal sportbeleid
Het BLOSO volgt de subsidiëring van het lokaal sportbeleid, in het bijzonder de verantwoording door de gemeenten en provincies van de gesubsidieerde kosten, vrij goed op. De gemeenten betalen de subsidies aan de sportverenigingen echter soms laattijdig uit en bezorgen het BLOSO niet altijd de onderliggende betalingsbewijzen. Onduidelijkheden in de reglementering maken bovendien dat het BLOSO de vaak creatieve interpretaties van de gemeenten en provincies moet aanvaarden, vooral wat het behalen van de minimumsubsidiebedragen per specifieke doelgroep betreft. Ook op dat vlak onderbouwen de gemeenten en provincies hun verklaringen nauwelijks. De Vlaamse minister van Sport toonde zich bereid de aanbevelingen van het Rekenhof in de praktijk te brengen.

Grindfonds: thesauriebeheer
De snelle uittreding van het Grindfonds uit het systeem van centrale kasbelegging langs het Centraal Financierings Orgaan (CFO) leidde ertoe dat het Grindfonds zijn nieuwe beheerdersrol niet onmiddellijk ten volle kon spelen. Bovendien bracht de afschaffing van de CFO-vergoeding vanaf 1 januari 2011 mee dat het fonds geen vergoeding ontving voor zijn in 2010 goed beheerde thesaurie, hoewel het daar volgens zijn oprichtingsdecreet recht op heeft. Het Grindfonds voert sinds 2011 ten slotte een vrij degelijk thesauriebeheer, zij het nog niet geheel transparant, onderbouwd en controleerbaar.

Minafonds: uitgaven ANB
Het Rekenhof heeft de uitgaven van het Agentschap Natuur en Bos langs de DAB Minafonds onderzocht. Het stelde vast dat het agentschap deze uitgavendossiers in 2010 weinig zorgvuldig beheerde en registreerde. Naar aanleiding van dit onderzoek heeft het agentschap al enkele remediëringsmaatregelen genomen of gepland.

Nv Lijninvest
In het kader van zijn controle op de rekeningen van de Vlaamse Vervoermaatschappij (VVM), heeft het Rekenhof de oprichting en werking onderzocht van haar dochteronderneming, de nv Lijninvest, die instaat voor een gedeelte van haar investeringen, onder meer in tramlijnen. Het concludeerde dat de constructie met een dochteronderneming voldoende garanties op financiële transparantie inhoudt. Bovendien blijkt dat de VVM het eerste investeringsproject van de nv Lijninvest ook degelijk kan opvolgen.

Argexputten
Het Rekenhof heeft het Vlaams Parlement in april 2009 zijn vaststellingen bezorgd bij de huurovereenkomst voor de bergingsputten voor baggerspecie te Kruibeke en Zwijndrecht. Twee jaar na dit rapport zijn de vereiste vergunningen nog niet alle afgeleverd, waardoor de gehuurde stortcapaciteit van 4 miljoen m³ slechts voor 84.000 m³ (2,1% van de beschikbare capaciteit) kon worden aangewend. Wel werd al 26,7 miljoen euro huurgeld betaald.

Nv EVE
Met de nv Eerste Vlaamse Effectisering (EVE) wilde de Vlaamse overheid erkende kredietmaatschappijen financieren middels de omzetting van hun hypothecaire leningen in obligaties. De eerste twee effectiseringsoperaties kampten met kostenverhogende startmoeilijkheden, zoals te weinig expertise en het niet indekken van het renterisico. Zij kampten echter vooral met een te klein volume aan om te zetten hypothecaire leningen. De nv zag zich daardoor genoodzaakt de uitgegeven obligaties vroegtijdig af te lossen en haar activiteiten stop te zetten.

Administraties
In 2010 hebben diverse administraties bij kleinere overheidsopdrachten het principe van mededinging onvoldoende toegepast. Bij kleinere bestellingen legden ze vaak vooraf geen kredieten vast. Wat subsidies betreft, wees het Rekenhof op vaak inadequate verantwoordingsmodaliteiten en een vaak problematische reservevorming. Ook de onvolledigheid van verantwoordingsdossiers is een probleem. Bij een aantal administraties volstaat de interne controle nog niet.

Circuskunsten
In de aanvragen voor circuskunstsubsidies ontbreken vaak gegevens. Bovendien houden de adviezen van de beoordelingscommissie vaak geen duidelijke beoordelingen in. Ten slotte zijn de toekenningsbesluiten soms te vaag en verrekent de administratie soms niet subsidiabele kosten in de subsidiebedragen.

Zorgboerderijen en demonstratieprojecten
De subsidies voor zorgboerderijen kunnen terugvallen op een sterke interne organisatie, maar ook hier bleken dossiers vaak onvolledig te zijn. Ook resten er tekortkomingen in het juridische kader. Ook voor demonstratieprojecten past de administratie de regelgeving vrij correct toe, ondanks het gebrek aan strikte bevoegdheidsafbakeningen en een niet altijd even zichtbare interne controle. Wel verliep de uitbetaling nogal traag.

Ontvangsten langs het Zorgfonds
Het Rekenhof controleerde voorts de ontvangsten via een selectie van ontvangstenartikelen. Voor 2010 selecteerde het de centrale invorderingen door de Vlaamse Belastingdienst voor het Zorgfonds. Het stelde vast dat de werking met drie verschillende, niet op mekaar afgestemde, databanken fouten meebrengt en soms zelfs onterechte gedwongen invorderingen. Bovendien is de invorderingsprocedure niet doelmatig georganiseerd. Een tweede onderzoek betrof de inning van ontvangsten door het beleidsdomein Bestuurszaken uit weddengeschillen en administratieve geldboetes. Daar stelde het Rekenhof de soms lange doorlooptijden vast en een nonchalante opvolging van de betalingstermijnen.

Universitair onderzoek
De financiering van de overheid voor Vlaams universitair onderzoek en ontwikkeling langs verschillende kanalen is complex, ondoorzichtig en weinig gebruiksvriendelijk. De financiering langs het Bijzonder Onderzoeksfonds steunt op een besluit dat vaak verschillende interpretaties toelaat, wat een evaluatie van de toepassing ervan bemoeilijkt en het beheer ervan compliceert. Voor de besteding van de interfacemiddelen, een ander financieringskanaal, is de regelgeving zo algemeen, dat controle moeilijk is. Ten slotte verwerken de universiteiten de financiering op diverse wijzen in hun boekhouding.

donderdag 3 november 2011

Onderwijsinspectie heeft valide leerlingenresultaten nodig

De onderwijsinspectie heeft in de externe kwaliteitsbewaking van het onderwijs een cruciale rol. Volgens het Rekenhof gaat de onderwijsinspectie op een professionele, onafhankelijke en performante wijze tewerk. Maar haar werk wordt bemoeilijkt doordat ze onvoldoende beschikt over valide leerlingenresultaten. Het is bovendien niet duidelijk of ze het onderwijs moet toetsen aan de eindtermen of aan de leerplannen. En er zijn geen normen voorhanden waaraan ze de interne kwaliteitszorg van de school kan toetsen. Het risico bestaat dat het doorlichtingsverslag geen correct beeld geeft van de kwaliteit van de school.
De overheid heeft haar visie op onderwijskwaliteitsbewaking goed vertaald in het kwaliteitsdecreet van 2009. Zij heeft echter enkele principes van haar visie minder goed uitgewerkt, wat de opdracht van de onderwijsinspectie bemoeilijkt. Zo maakt het decreet de school verantwoordelijk haar kwaliteit op systematische wijze te onderzoeken en te bewaken, maar ontbreken normen voor de interne kwaliteitszorg van de scholen. Het kwaliteitsdecreet stelt verder dat de onderwijsinspectie een referentiekader hanteert dat onder meer uitgaat van outputgegevens, maar de overheid heeft nauwelijks instrumenten ontwikkeld of voorwaarden vastgelegd die de validiteit van de outputgegevens van een school (leerlingenresultaten) garanderen. Bovendien is het dan nog onduidelijk of de onderwijsinspectie het aangeboden onderwijs moet toetsen aan de eindtermen en ontwikkelingsdoelen of aan de leerplannen. Het kwaliteitsdecreet bepaalt verder weinig over de verantwoordingsplicht van de scholen.

Het organisatorische kader maakt het voor de onderwijsinspectie mogelijk onafhankelijk, professioneel en performant te werken. Over de autonomie van de onderwijsinspectie dient verder gewaakt te worden. De onderwijsinspectie moet haar interne kwaliteitszorg nog verder ontwikkelen, met vooral aandacht voor een gelijke behandeling van de scholen. De onderwijsinspectie heeft de doorlichtingswijze op een grondige, maar ook complexe wijze uitgewerkt. De inspectie toetst het aangeboden onderwijs terecht aan de leerdoelen, maar haar aanpak houdt een beperking in van het kwaliteitsdecreet, dat haar opdraagt ook na te gaan of de school de onderwijsreglementering respecteert (bijvoorbeeld met haar beleid inzake participatie). In het algemeen ontbreken duidelijke criteria, onder meer voor de bepaling van de onderzoeksfocus, de oordelen en de adviezen.

Doordat de onderwijsinspectie onvoldoende beschikt over gegevens over leerlingenresulaten waarvan de validiteit vaststaat, bestaat het gevaar dat de onderzoeksfocus niet representatief is. Ook blijkt niet altijd uit de verslagen dat de inspectie haar oordelen onderbouwt met resultaatgegevens. Door de beperkte mogelijkheden om tot een beoordeling op basis van resultaatgegevens te komen, ontstaat het risico dat de onderwijsinspectie zich sterk richt op een controle van de processen, waarvoor, gelet op de autonomie van de scholen, weinig normen zijn vastgesteld. Een volkomen zicht op de output en de effectiviteit van de scholen geven de verslagen niet. De doorlichtingsverslagen zijn niet erg toegankelijk geschreven en voor ouders en leerlingen zijn ze daardoor weinig bruikbaar.

In theorie leidt een ongunstig advies van de onderwijsinspectie tot de intrekking van de schoolerkenning. Dat was nog niet het geval, aangezien de overheid er in de eerste plaats naar streeft dat de school haar werking verbetert. Naast de doorlichtingsverslagen geven de jaarlijkse verslagen van de onderwijsinspectie, onderwijsspiegels genoemd, een beeld van de kwaliteit van het onderwijs, maar ook dat is beperkt bij gebrek aan een beeld van de leerlingenresultaten. Peilingen, georganiseerd door de Vlaamse overheid, en internationale onderzoeken geven dat beeld wel, zij het met gedeeltelijke gegevens. De overheid kan meer gebruik maken van de expertise van de onderwijsinspectie bij de beleidsvoorbereiding.

Behoudens enkele nuanceringen kon de minister zich in essentie akkoord verklaren met de meeste conclusies en aanbevelingen.

donderdag 19 mei 2011

Beheer uitkeringen in de ziekte- en invaliditeit kan beter

Het Rekenhof deed onderzoek naar de controles die tot doel hebben de ziekte- en invaliditeitsuitkeringen die de ziekenfondsen per vergissing betaald hebben, op te sporen en terug te vorderen. Het Rekenhof stelt vast dat de termijnen voor het opsporen van de onterechte betalingen en de verbodsbepalingen inzake terugvordering niet altijd in acht worden genomen. Het Rekenhof acht de controles wel nuttig, maar beveelt een globale aanpak aan die duidelijk maakt welke middelen worden ingezet en welke financiële resultaten worden bekomen. Het Rekenhof analyseert ook de sancties om doeltreffende interne controles te bevorderen. Deze sancties staan niet in verhouding tot de financiële verliezen die voortvloeien uit een weinig strikte terugvordering. In geval van arbeidsongeschiktheid om medische redenen heeft de sociaal verzekerde recht op uitkeringen die het loonverlies moeten compenseren. Dat stelsel van uitkeringen wordt georganiseerd door het Rijksinstituut voor Ziekte- en Invaliditeitsverzekering (RIZIV), in overleg met de ziekenfondsen. Die uitkeringen bedragen in 2009 meer dan 4,9 miljard euro. Bij de berekening en betaling van de uitkeringen inzake ziekte- en invaliditeitsverzekering kunnen de ziekenfondsen fouten maken. Er kunnen dus uitkeringen worden betaald die niet zijn verschuldigd.

Het Rekenhof evalueert in zijn verslag de controles die het RIZIV en de Controledienst voor de Ziekenfondsen (CDZ) hebben uitgebouwd om ervoor te zorgen dat de uitkeringen die de ziekenfondsen onterecht hebben betaald, worden opgespoord en teruggevorderd. Het Rekenhof buigt zich ook over de problematiek van de betalingen die de ziekenfondsen niet terugvorderen en over het beleid waarbij het RIZIV verzaakt aan de terugvordering. Het onderzoekt ook de impact van het handvest van de sociaal verzekerde op de terugvordering van onterechte uitkeringen en analyseert tot slot de sancties en de financiële incentives om de ziekenfondsen ertoe te bewegen doeltreffende interne controleprocessen uit te bouwen. Het Rekenhof stelt vast dat de procedures om onterechte uitkeringen op te sporen en terug te vorderen lacunes vertonen. Zo beschikken de ziekenfondsen over een termijn van twee jaar om de per vergissing betaalde uitkeringen op te sporen. Na die termijn kunnen die uitkeringen niet meer worden teruggevorderd en blijven ze ten laste van het stelsel. Ze worden echter niet altijd op tijd opgespoord, zoals blijkt uit de controles van het RIZIV, zonder dat die financiële verliezen worden becijferd. Sinds 1997 verbiedt het handvest van de sociaal verzekerde bovendien om de uitkeringen die per vergissing werden uitbetaald aan een sociaal verzekerde die te goeder trouw handelde, terug te vorderen. Nochtans blijven het RIZIV en de ziekenfondsen over het algemeen toch doorgaan met terugvorderen in dergelijke gevallen. Sinds 2009 steunen ze daarvoor op de wet betreffende de ziekte- en invaliditeitsverzekering die de ziekenfondsen een termijn van één jaar toekent om onterechte uitkeringen terug te vorderen die het gevolg zijn van een eigen vergissing. Volgens het Rekenhof biedt die interpretatie niet voldoende juridische garanties terwijl het RIZIV moet toezien op de correcte toepassing van het handvest van de sociaal verzekerde. Het RIZIV zou bij de procedure op grond waarvan het kan afzien van de terugvordering van de onterechte betalingen vooreerst moeten nagaan of de terugvordering volgens het handvest geoorloofd is. Over het algemeen heeft het handvest van de sociaal verzekerde een grotere nood doen ontstaan aan een doeltreffende interne controle bij de ziekenfondsen om te vermijden dat uitkeringen per vergissing worden toegekend.

De administratieve en thematische controles die door het RIZIV worden uitgevoerd, zijn weliswaar nuttig, maar ze geven geen volledig beeld van het interne controleproces dat de ziekenfondsen hebben uitgebouwd. Zo kan het RIZIV niet globaal becijferen welk bedrag aan onterechte betalingen elk ziekenfonds opspoort. Het kan evenmin de terugvordering ervan opvolgen. Aan de hand van de controles die het met de CDZ uitvoert, kan het overigens geen vergelijking maken van de menselijke en technische middelen die binnen elk ziekenfonds voor de interne controle worden ingezet. Het Rekenhof pleit dan ook voor een meer globale aanpak van de interne controle, die duidelijk maakt welke middelen worden ingezet en welke financiële resultaten dat oplevert. Bovendien bestaan er sancties en financiële incentives om de ziekenfondsen ertoe te bewegen doeltreffende interne controleprocessen uit te bouwen. In dat kader bepaalt het systeem van responsabilisering van de ziekenfondsen - dat door de CDZ wordt beheerd - dat ze werkingskosten krijgen betaald die verschillen naargelang de kwaliteit van hun beheer. Dat systeem gaat echter voorbij aan de procedures om te garanderen dat de uitkeringen correct worden betaald. Het Rekenhof pleit ervoor om die procedures op te nemen bij de criteria voor de toekenning van de werkingskosten.

In de specifieke context van de verjaringsregels en de bepalingen van het handvest van de sociaal verzekerde, komen de ziekenfondsen niet tussen in de tenlasteneming van onterechte betalingen die door hun fout oninvorderbaar zijn geworden. De wetgeving voorziet in sancties, maar die staan niet in verhouding tot de financiële verliezen die kunnen ontstaan door onvoldoende nauwkeurige terugvorderingsprocedures. Het Rekenhof vraagt dus te overwegen die onterechte betalingen ten laste te leggen van de werkingskosten van de ziekenfondsen. Als incentive ontvangen de ziekenfondsen tot slot een percentage van het bedrag dat ze bij de sociaal verzekerden hebben teruggevorderd. Dat percentage staat nochtans los van de werklast nodig om die onterechte betalingen terug te vorderen. Het Rekenhof stelt daarom voor bij de berekening van die incentive een onderscheid te maken tussen terugvorderingen die verband houden met arbeidsongevallen of beroepsziekten en gemeenrechtelijke terugvorderingen. De eerste terugvorderingen vergen immers een geringe administratieve werklast, terwijl de tweede veelal heel wat werk vergen en gepaard gaan met juridische procedures. De minister van Sociale Zaken en Volksgezondheid zou erop toezien dat het RIZIV een beter overzicht heeft van de oorsprong en de opvolging van de onterechte betalingen. Het RIZIV zal overigens met het beheer van de onterechte betalingen rekening moeten houden bij de evaluatie van de werking van de ziekenfondsen aan de hand van performantie- en kwaliteitsindicatoren.

donderdag 6 januari 2011

Rekenhof publiceert Vlaams rekeningenboek over 2009

De totale Vlaamse schuld liep erg hoog op in 2009, in zijn rekeningenboek over 2009 brengt het Rekenhof deze evoluties in beeld. Het deelt het Vlaams Parlement ook de belangrijkste resultaten mee van zijn jaarlijkse controle op de rekeningen die de Vlaamse openbare rechtspersonen en universiteiten afleggen. Bijzondere aandacht had het voor het ESR vorderingensaldo als norm voor de overheidsfinanciën en de impact van de Vlaamse steun aan banken die door de crisis met liquiditeitsproblemen kampten. Volgens de uitvoeringsrekening 2009 heeft de Vlaamse overheid een negatief begrotingsresultaat geboekt van -5.102 miljoen EUR , tegenover -1.591 miljoen EUR in 2008. Het lagere begrotingsresultaat in 2009 was het gevolg van een grote stijging van de uitgaven ten opzichte van het voorgaande jaar. De Vlaamse overheid sloot het begrotingsjaar 2009 ook af met een kastekort van -5.821 miljoen EUR, tegenover -1.112 miljoen EUR in 2008 en overschotten in de vorige jaren. Dat resultaat was te wijten aan stijgende kasuitgaven en dalende ontvangsten in 2009. De uitstaande schuld van de Vlaamse overheid nam in 2009 door de financieel-economische crisis sterk toe. Zo verleende de Vlaamse overheid 3,5 miljard euro steun aan KBC, waarvoor zij niet meer over financiële reserves beschikte en een beroep moest doen op de financiële markten. Onzekerheden op de internationale financiële markten en spanningen op de kapitaalmarkt beïnvloedden de intrestvoeten. Tegelijk drukte de crisis de ontvangsten. De schuld bedroeg eind 2009 in totaal 6.110 miljoen euro, tegenover 288 miljoen euro in 2008.

De Vlaamse Gemeenschap inde in 2009 22.020 miljoen euro algemene en toegewezen ontvangsten. De inningsgraad van de ontvangsten overtrof daarmee de begrote bedragen met 43 miljoen euro (100,2%). De leningopbrengsten bleven 369 miljoen euro onder de raming (realisatiegraad 93,1%). Door de eerste langetermijnleningen sinds de inwerkingtreding van het Lambermontakkoord stegen de ontvangsten, inclusief leningopbrengsten, met bijna 20%. De geldopname bleef wel onder de raming. De crisis in 2009 had vooral gevolgen voor de vermogensbelastingen. De registratierechten en de schenkingsrechten vielen in 2009 sterk terug. Op een totaal van 28.374 miljoen euro beleidskredieten betaalde de Vlaamse Gemeenschap in 2009 27.122,7 miljoen euro. De aanwending op het totaal van de beleidskredieten bedroeg zodoende 95,6%. De 23 diensten met afzonderlijk beheer vertegenwoordigden in 2009 een budgettaire massa van 1.006 miljoen euro ontvangsten en 1.010 miljoen euro uitgaven. De rekeningencontrole leverde weinig opmerkingen op. De budgettaire massa van de VOR’s bedroeg in 2009 in totaal 8.615 miljoen euro ontvangsten en 8.709 miljoen euro uitgaven. Zoals in 2008 was het globale uitvoeringssaldo van de VOR’s ook in 2009 negatief door de aanwending van de middelen van het Vlaams Toekomstfonds voor de crisissteun. De rekeningaflegging over 2009 kende bovendien nog altijd een grote vertraging.

De algemene rekening 2009 werd tijdig voorgelegd en grotendeels correct bevonden door het Rekenhof, dat echter de uitvoeringscijfers voor de DAB’s en de cijfers van de rekening van de thesaurie niet goedkeurde wegens fouten. De rekening van de vermogenswijzigingen 2009 was beter dan die voor 2008, maar geeft nog altijd geen volledig beeld van de vermogenstoestand van de Vlaamse overheid. In het rekeningenboek rapporteert het Rekenhof ook over enkele van zijn recente thematisch financiële onderzoeken. Zo onderzocht het de raming, berekening en rapportering van het ESR-vorderingensaldo, dat wordt gebruikt als begrotingsnorm. Het merkte daarbij op dat het departement Financiën en Begroting zijn raming van dat saldo kan verbeteren, onder meer door zijn berekening beter te doen aansluiten op de ESR consolidatiekring. Het intern verzelfstandigd agentschap Centrale Accounting rapporteerde extern over dit saldo op grond van een degelijk eigen werkinstrument en maakte een reconciliatie met de algemene rekening 2009, die echter nog enkele tekortkomingen vertoont, onder meer door een onduidelijk afgebakende consolidatiekring. Tot op heden rapporteert de Vlaamse overheid de geconsolideerde jaarcijfers niet aan het Vlaams Parlement. Het Rekenhof concludeert dat het ESR vorderingensaldo een nuttige indicator is om de overheidsfinanciën op te volgen, maar op zich niet volstaat om de financiële houdbaarheid van de overheidsfinanciën op lange termijn te garanderen.

Een ander onderzoek waarover het Rekenhof rapporteert, betreft de interventies waarmee de Vlaamse overheid tegemoetkwam aan de dringende liquiditeitsbehoeften van een aantal Belgische banken ingevolge de financiële crisis. Het Rekenhof concludeert dat zij een negatieve invloed hadden op de kas- en schuldpositie van de Vlaamse overheid en leningen op middellange termijn vergden, met een negatieve impact op de begroting. Een aantal onzekerheden beheersen bovendien voorlopig het interventiepatroon. Het Rekenhof wijdde in zijn rekeningenboek onder meer een artikel over de juridische ontbinding van het Vlaams Agentschap Ondernemen en de overdracht van sommige van zijn vermogensbestanddelen, rechten en verplichtingen aan het Hermesfonds. Volgens het Rekenhof bracht dit een hoge graad van retroactiviteit en complexiteit mee, waarin de jaarrekening weinig inzicht gaf. Het Rekenhof is ook van oordeel dat het agentschap voor Innovatie door Wetenschap en Technologie een gebrekkige begroting heeft opgemaakt en daardoor in betalingsproblemen is geraakt. Bij gebrek aan een degelijke dossieropvolging en managementrapportering kan het bovendien moeilijk remediëren of bijsturen. Andere artikelen van het rekeningenboek gaan, onder meer, over het Fonds Jongerenwelzijn, dat de volledigheid van de inning van de kinderbijslagen voor de jongeren die het hulp verleent, niet kan garanderen; het nieuwe systeem voor inkomensgerelateerde zelfstandige opvangvoorzieningen, dat door een snelle opstart problemen meebracht en het agentschap Centrale Accounting, dat de DAB Loodswezen boekingsinstructies oplegde die boekhoudkundige en begrotingstechnische problemen veroorzaakten.

Het Rekenhof geeft in zijn rekeningenboek ook een overzicht van de resultaten van zijn voorafgaand visum op Vlaamse uitgaven en van zijn controle op een selectie van ontvangsten, in het bijzonder op wachtrekeningen, op rekeningen voor derdengelden en op een aantal begrotingsfondsen, alsook Europese ontvangsten uit de verkoop van publicaties. Het rapporteert tevens over zijn controles van kleine gereglementeerde subsidies, meer bepaald de met Nationale Loterijwinsten gefinancierde zorgsubsidies. Daarbij luiden de belangrijkste conclusies dat bij verschillende subsidieaanvragen documenten ontbraken en dat verscheidene aanvragers subsidievoorwaarden negeerden.  Ten slotte meldt het Rekenhof de resultaten van zijn onderzoek naar de toepassing door de Vlaamse universiteiten van hun nieuwe boekhoudregelgeving. Het merkt op dat het nieuwe besluit ruimte biedt voor interpretatie of eigen invulling van de waarderingsregels, wat een uniforme toepassing in het gedrang brengt. De universiteiten stelden hun waarderingsregels niet altijd in voldoende detail op en volgen die regels niet altijd. Het resultaat was een disparate boekhouding en rapportering over 2008. Het Rekenhof twijfelt ten slotte aan de juistheid en volledigheid van een aantal rubrieken in de rapportering over 2008.

Jammer genoeg toont het Rekenhof aan dat de Vlaamse overheid, net zoals de Belgische overheid, in hetzelfde bedje ziek is: te veel versnippering, een te groot immobilisme en weer eens een instelling die verder drijft op een immense schuldenberg. Want als we rekening houden met boekhoudkundige truukjes en het gebruik van PPS formules om schulden te camoufleren, dan loopt de Vlaamse schuld in realiteit nog veel hoger op. Dat brengt ons weer bij de regeringsvorming: zonder een sterke en krachtdadige overheid is het terugdringen van de talrijke overheidsputten en schuldenbergen een onbegonnen werk. Maar daar zitten we met de profileringsdrang van alle betrokkenen die elk initiatief nekken. Een profileringsdrang die zo groot is dat we nu in volle crisis met de langste regeringsvorming ooit in West-Europa zitten. Een triestig record. En ondertussen wacht Alexander De Croo rustig af.

Guido Van Peeterssen.

maandag 8 november 2010

Rekenhof onderzocht toezicht op de financiering van de waterzuivering

Het Rekenhof heeft onderzocht hoe de Vlaamse Milieumaatschappij haar rol van economisch toezichthouder op de financiering van de waterzuivering vervult. En die doet dit vrij behoorlijk, gelet het gebrekkige beleid en regelgeving waarin zij dient te werken en gelet op de haastige wijze waarop daarvoor een nieuwe dienst werd gecreëerd. De voorwaarden voor een effectief toezicht zijn echter onvoldoende vervuld: de toezichthouder ontbeert slagkracht bij gebrek aan een duidelijk regelgevend en beleidsmatig kader met normen voor zijn diverse toezichttaken, een afdwingbaar recht op informatie en sanctioneringsbevoegdheid. De toezichthouder mist ook voldoende inzicht in de financiële structuren van de waterzuiveringsactoren.

Om te voldoen aan de Europese richtlijnen heeft Vlaanderen zijn waterzuivering-sector begin 2005 gereorganiseerd: het heeft de drinkwatermaatschappijen verantwoordelijk gemaakt voor de sanering. Voor de gemeentelijke sanering (de aanleg en het onderhoud van rioleringen) kunnen ze overeenkomsten met gemeentelijke rioolbeheerders afsluiten; voor de bovengemeentelijke sanering (de bouw van collectoren en zuiveringsstations) hebben ze met de NV Aquafin een overeenkomst afgesloten. De sanering wordt gefinancierd door de waterverbruikers en door het Vlaams Gewest dat een aanvullende werkingstoelage verstrekt. De decreetgever heeft de Vlaamse Milieumaatschappij aangeduid als economisch toezichthouder (EnT) op de financiering van de waterzuivering in Vlaanderen. Het Rekenhof ging na of deze EnT zijn taak op adequate wijze uitvoert.

Het Rekenhof stelde vast dat de opdracht van de EnT maar in beperkte mate wettelijk is geregeld en dat essentiële begrippen in de toepasselijke regelgeving niet nader zijn gedefinieerd. Evenmin beschikt hij over een afdwingbaar recht op informatie en sanctioneringsbevoegdheden. De normen voor een adequaat toezicht op de tariefbepaling ontbreken. De schaarse normen voor de tariefbepaling zijn onvoldoende geoperationaliseerd, zoals de redelijke bijdrage in het kader van de kostenterugwinning of het beginsel de vervuiler betaalt. De EnT kan bij deze toezichtstaak ook nauwelijks terugvallen op een beleidsvisie voor de tariefbepaling.

Voor zijn toezicht op de aanwending van de gemeentelijke bijdragen en vergoedingen heeft de EnT een veelbelovend rapporteringsinstrument ontwikkeld, dat zich echter nog in de introductiefase bevindt. Dat instrument is niet decretaal verankerd, zodat de EnT niet kan optreden tegen nalatige gemeenten. Bovendien is er geen duidelijke definitie van gemeentelijke sanering en de kosten ervoor en is de gemeentelijke boekhouding onvoldoende afgestemd op de berekening van deze kosten. Het toezicht op de financiële transparantie van de waterzui-veringsactoren is gebrekkig. Doordat de drinkwatermaatschappijen hun innings-kosten maar beperkt onderbouwen, kan de EnT onvoldoende bijdragen tot de lopende discussie over de inningspercentages voor deze maatschappijen. De EnT heeft voldoende informatie en mogelijkheden om toe te kunnen zien op de correcte aanrekening van de bijdragen, vergoedingen en vrijstellingen door de drinkwatermaatschappijen, maar mist interventiemogelijkheden.

De EnT moet ook toezien op eventuele kruissubsidiëring bij de gemeentelijke sanering, dat is de afwenteling van de kosten voor de sanering van afvalwater op andere gebruikers of doelgroepen. Voor een doeltreffend toezicht ontbreekt inzicht in de financiële stromen van de hoofdrolspelers en een duidelijk normenkader. Het begrip kruissubsidiëring is immers nergens gedefinieerd. Een aantal vormen van kruissubsidiëring zijn overigens wettelijk toelaatbaar of worden gedoogd. Op bovengemeentelijk niveau kampt de EnT met een gebrekkige doorstroming van informatie over de commerciële activiteiten van Aquafin.

In haar antwoord van 31 augustus 2010 verwees Vlaamse minister van Leefmilieu Joke Schauvlieghe naar de nood aan transparantie over de kostentoerekening in de waterzuiveringsector en over de aanwending van de ingezamelde middelen op basis van correcte basisdata. Zij stelde in haar antwoord voorts dat reeds verschillende initiatieven werden genomen om sommige aanbevelingen van het Rekenhof te realiseren. Zo is binnen de VMM ondertussen werk gemaakt van een duidelijker taakverdeling tussen de verschillende entiteiten en van het vastleggen van krachtlijnen voor een toekomstige controlestrategie.

De minister bevestigde verder dat werk zal worden gemaakt van de uitwerking van de kostenverdeling over de verschillende gebruikssectoren overeenkomstig de principes van de Kaderrichtlijn Water. Het Rekenhof herinnert eraan dat de Kaderrichtlijn Water 2010 naar voren schuift als datum waartegen de watergebruikssectoren een redelijke bijdrage moeten leveren aan de kostenterugwinning van waterdiensten.

De conclusie van het Rekenhof dat de EnT moet beschikken over een adequaat regelgevend en beleidskader met toezichtsnormen en over handhavingsinstrumenten voor het bekomen van de nodige data van de verschillende actoren in de sector ondersteunde zij echter niet volledig. Zo geeft de minister ondermeer de voorkeur aan overleg boven de toepassing van handhavingsinstrumenten. Het verslag van het Rekenhof 'Economisch toezicht van de Vlaamse Milieumaatschappij op de financiering van de waterzuivering' staat op de website van het Rekenhof www.rekenhof.be

Guido Van Peeterssen

zaterdag 23 oktober 2010

Rekenhof kritisch voor Subsidiestromen Toerisme


GPS Wandeling1Het Rekenhof heeft de vier budgettair belangrijkste subsidiestromen in het beleidsveld toerisme onderzocht: subsidies voor evenementen (1.398.000 EUR), voor het kunststedenactieplan (KSAP)(823.000 EUR), voor het kustactieplan (KAP)(2.178.000 EUR) en voor toeristisch-recreatieve projecten (TRP)( 7.781.000 EUR). De vier subsidiestromen hebben samen op jaarbasis een budget van 12,2 miljoen euro. Twee subsidiestromen (evenementen en KSAP) werken zonder formele regelgeving, De omvang van de tegemoetkoming is voor iedere subsidiestroom verschillend en de subsidievoorwaarden zijn niet strikt afgebakend. De subsidieaanvragen voor evenementen en voor het KSAP werden maar beperkt of informeel geëvalueerd. De administratie toetste niet systematisch aan alle subsidievoorwaarden en paste die evenmin consistent toe. Ze formuleerde voor 25% van de evenementen een negatief advies, maar de minister besliste die evenementen toch te subsidiëren, zonder die beslissing te motiveren. Voor het KAP bleken de adviezen van de jury eerder summier en bovendien kwamen de voorgeschreven selectiecriteria in de motivering niet systematisch aan bod. Subsidieaanvragen bevatten geregeld ondermaatse begrotingen: te weinig gedetailleerd en inhoudelijk niet duidelijk of zorgvuldig opgesteld.

De kenbaarheid die aan de subsidies voor evenementen wordt gegeven is beperkt. De voornaamste informatiebronnen zijn de website en publicaties van het DIV. Er worden wel gegevens uitgewisseld met Toerisme Vlaanderen over aankomende evenementen, maar potentiële subsidieaanvragers worden op geen enkele manier gericht geïnformeerd over het subsidiekanaal. De subsidievoorwaarden zijn onvoldoende concreet en onvoldoende duidelijk geformuleerd. Maar ook een aantal ingediende dossiers blijken bij controle niet in orde te zijn. In één dossier bleek de rubriek andere uitgaven 300.000 euro personeelskosten te omvatten bovenop de effectieve begrote personeelsuitgaven van 250.000 euro. Voor grote evenementen werden projectbegrotingen aanvaard, waarvan de begrotingsposten communicatie internationaal of communicatie lokaal, regionaal, nationaal zonder verdere uitsplitsingen worden begroot op 500.000 euro. Bij een andere subsidieaanvraag werd de begrotingspost vast personeelsbestand voor 675.000 euro geweigerd. Dat verlies werd grotendeels gecompenseerd door stijgingen op andere begrotingsposten ten belope van 525.000 euro. Dergelijke flexibele aanpassingen roepen vragen op over de kwaliteit of het realiteitsgehalte. Bijna alle onderzochte subsidietoekenningen werden betaald in 2 schijven: de eerste schijf of het voorschot na ondertekening van het subsidiebesluit en de tweede schijf na indiening van de verantwoordingsstukken. Het voorschot bedroeg altijd (veel) meer dan de helft van de subsidie. De subsidieontvanger beschikt over gelden die hij pas maanden later moet uitgeven. Voor een tentoonstelling die zal lopen vanaf 29 oktober 2010 werd in februari 2009 een voorschot van 250.000 euro (71% van de totale subsidie) betaald, tegen de uitdrukkelijke voorwaarde van de Inspectie van Financiën in.

De afrekeningen werden door de administratie meermaals onvoldoende gecontroleerd. Het Rekenhof noteerde heel wat tekortkomingen in de afrekeningen. Bepaalde inkomsten werden niet vermeld, waarbij ofwel het saldo onterecht werd uitbetaald ofwel een te laag bedrag werd teruggevorderd. Vaak is niet duidelijk of ingebrachte facturen wel op het evenement betrekking hebben; afrekeningen bevatten meerdere forfaitaire uitgavenposten zonder toelichting. In de afrekening werden alle kosten inclusief btw vermeld, terwijl BTW recuperatie mogelijk is. Uitgaven bevatten afschrijvingskosten, terwijl de aankoop van investeringsgoederen uitsloten is. Afrekeningen bevatten mathematische fouten (verkeerde btw-bedragen, verkeerde optelsommen en zo meer).

Bovendien varieert de overheidstegemoetkoming van 50% (evenementen), 60% (toeristisch-recreatieve projecten) tot 70% (kustactieplan) of zelfs onbepaald (kunststeden), zonder dat die verschillen verantwoord worden. Projectindieners die geen subsidie krijgen in het kader van het kunststeden- of kustactieplan (hoogste subsidiepercentage) kunnen een nieuwe poging ondernemen als toeristisch-recreatief project. De administratie heeft de aanvragen van de grootste subsidiestromen (kustactieplan en toeristisch-recreatieve projecten) uitgebreid geëvalueerd, maar de evaluaties zijn louter tekstueel, niet altijd consistent en werden niet gekwantificeerd. Van de evenementen en het kunststeden actieplan werden veelal beperkte of informele evaluaties gemaakt. De mindere kwaliteit van de evaluaties hangt ook samen met de te ruim geformuleerde toekenningscriteria. Tegen het advies van de administratie in keurde minister Geert Bourgeois (N-VA) zonder motivering een tiental evenementensubsidies goed.

De Vlaamse minister van Toerisme heeft gereageerd op het ontwerpverslag van de audit. De minister deelde mee dat hij er grotendeels mee akkoord gaat dat in een regelgevend kader voor de vier subsidiestromen van toerisme moet worden voorzien. Hij verwijst verder naar zijn beleidsnota Toerisme 2009-2014, waarin de uitwerking van impulsprogramma’s wordt aangekondigd. Met die impulsprogramma’s wil de minister alle subsidiestromen van toerisme gezamenlijk inzetten om aan een bepaald toeristisch product gerichte toeristische impulsen te geven. De minister beloofde een decretale verankering uit te werken en na te gaan aan welke administratie hij de subsidielijnen zal toevertrouwen. Dat zal ook worden bekeken bij de herstructurering van het agentschap Toerisme Vlaanderen. De minister reageerde niet op de beperkte operationalisering van de langetermijn doelstellingen. Hij ging ook niet in op de uitvoering door de administratie (evaluatie subsidieaanvragen, subsidietoekenning- en betaling, controle van de subsidieverantwoording) of het gebrek aan een globale evaluatie voor drie van de vier subsidiestromen. Lees verder: http://static.tijd.be/upload/subsidiestoerisme_2771431-520280.pdf

dinsdag 12 oktober 2010

Rekenhof niet tevreden over Europees Sociaal Fonds in Vlaanderen

Het Rekenhof heeft een onderzoek uitgevoerd naar de organisatie en het beheer van de middelen van het Europees Sociaal Fonds (ESF) in Vlaanderen. Het Rekenhof heeft daarbij risico’s vastgesteld inzake belangenvermenging, dubbele subsidiëring en onderbenutting van de ESF middelen. Verder zijn de oproep- en selectiemethoden onvoldoende transparant. De cofinanciering is onvoldoende transparant in de begroting. De Europese doelstellingen zijn uitgewerkt in een nationaal referentiekader en in een Vlaams operationeel programma (OP 2007-2013). Beide werden laattijdig opgemaakt en goedgekeurd, wat kan leiden tot een onderbenutting van de middelen. Aangezien sommige doelen verwant zijn met andere Europese programma’s, de ESF middelen verspreid zijn over verschillende beleidsniveaus en er geen globale registratie voor subsidies bestaat, is dubbele subsidiëring mogelijk.

De Vlaamse Regering heeft het beheer van de ESF middelen toevertrouwd aan de vzw ESF agentschap. Dit agentschap lanceert enerzijds gesloten oproepen naar de institutionele partners (departementen WSE, OV en EWI, Vlaams Subsidieagentschap WSE, VDAB-actor, VDAB-regie, SERV en SYNTRA), voor wie de Vlaamse regering vooraf middelen heeft gereserveerd, en anderzijds open oproepen. Het toezicht is in handen van het Vlaams Monitoring Comité (VMC), waarvan de bevoegdheden onvoldoende duidelijk zijn geregeld. De institutionele partners zetelen in de raad van bestuur van het ESF agentschap en in het VMC. Ze mogen hun eigen projectvoorstellen niet mee beoordelen, maar zijn betrokken bij de oproepen, de evaluatie van de projectvoorstellen en de eindevaluatie van het ESF programma. Er zijn onvoldoende instrumenten om de risico’s van belangenvermenging te beheersen.

Door de late start van het programma 2007-2013 konden de eerste oproepen pas midden 2007 worden gepubliceerd. In de oproepen waren de ontvankelijkheidscriteria, de beoordelingscriteria en -procedure, de vereiste van cofinanciering en de beschikbare ESF middelen onvoldoende duidelijk. Ook de Europese vereisten van additionaliteit, van partnerschap en van onafhankelijkheid tussen promotoren en hun partners kregen weinig aandacht. Het ESF agentschap slaagde erin de projectvoorstellen tijdig te beoordelen, maar de beoordeling was minder transparant bij de gesloten oproepen dan bij de open oproepen. De voorziene ontvankelijkheidsbeoordeling werd niet systematisch gevolgd en onontvankelijk verklaarde projectvoorstellen werden toch goedgekeurd. De projectvoorstellen en de contracten bevatten geen bewijzen van onafhankelijkheid noch een verklaring dat er geen dubbele subsidiëring is.

Voor het volledige programma 2007-2013 beschikt Vlaanderen over 468,87 miljoen euro aan ESF middelen. Samen met de verplichte Vlaamse cofinanciering bereikt de steun voor de volledige periode een bedrag van 1,11 miljard euro. De totale publieke middelen in de jaarlijkse begrotingen volstaan echter niet om de engagementen te verzekeren, met het risico van onderbenutting van de Europese middelen als gevolg. In 2007-2009 werden de middelen voor open oproepen onvoldoende benut, zodat meer dan 65% van de middelen naar gesloten oproepen gingen. Bovendien blijkt de cofinanciering onvoldoende transparant uit de begroting. Voor de gesloten oproepen zit ze in de dotaties en subsidies aan de institutionele partners en voor de open oproepen wordt een ongeschikt systeem gebruikt. Het ESF agentschap stelt geen ESR begroting op. Het gebrek aan transparantie wordt nog versterkt doordat het agentschap zijn begroting niet toevoegt aan de algemene uitgavenbegroting.

Philippe Muyters, de Vlaamse minister van Werk en Freya Van den Bossche, Vlaamse minister van Sociale Economie stellen in hun gezamenlijk antwoord dat het rapport van het Rekenhof wezenlijke vaststellingen bevat die de nodige aandacht vragen. Een aantal vaststellingen schrijven ze toe aan het feit dat de audit plaatsvond in de opstartperiode van het programma. Ze melden dat het ESF Agentschap intussen de interne controle heeft versterkt. De ministers menen dat hun toezicht op het risico van belangenvermenging beperkt is tot die op vzw’s en stellen dat een ESR begroting voor het agentschap niet haalbaar is. Het Rekenhof volgt de ministers niet in deze redenering. Lees ook: Half miljard Europese middelen voor Vlaanderen

Guido Van Peeterssen.